De reis van Steentje
Steentje ligt nietig en alleen,
geland tussen wat gras,
helemaal niet mooi,
scherp getand en ruw.
Een sandaal,
gevuld met een fijne voet,
schept hem als met een lepel.
De voet trekt zich schielijk terug,
hinkt wankelend over de weg.
De sandaal wordt leeggeschud,
Steentje valt en komt terecht bij zijn familie.
In de groep valt hij niet op.
Een autoband neemt er enkele mee.
Die dolle rit breekt alle scherpe kantjes.
In de buurt van een woning rollen de steentjes in de goot.
Daar ligt Steentje als glad keitje,
ongevaarlijk tot een scooter hem meeneemt op de oprit.
Zo landt Steentje aan de voordeur.
Het zoontje met zijn BMX,
die in een schuiver het pad afglijdt,
katapulteert Steentje in de spiegelruit naast de deur.
Vandaar kaatst hij in hoge snelheid over het pad
en landt op een afdak.
Een mosplantje vangt Steentje op
en samen kijken ze naar de ster in het vensterglas.
Een lichte regenbui duwt hem van het afdak.
Help, er is geen goot, dit wordt zijn dood!
Een voorbijganger vangt Steentje op in zijn kraag
en loopt geschrokken terug in huis.
“Een beest, een beest!” gilt het slachtoffer.
Behulpzame handen helpen hem zijn trui uit te stropen.
Steentje stuitert op de keukenvloer,
men lacht de angsthaas uit,
het is geen beest,
het is maar een steentje.
Steentje krijgt een schop
en vliegt onder een kast,
waar de kat hem spelend weghaalt.
Het beest neemt Steentje in de muil,
springt op de tafel
en laat hem daar vallen in de broodmand,
bij het zien van al het lekkers dat is uitgestald.
Later bij het eten breekt iemand zijn tand,
vloekt en spuwt Steentje weg.
Die landt in een koffiekop,
een lepeltje redt hem van de verdrinkingsdood.
Nu ligt hij daar nat te blinken.
Niemand wil hem houden,
de asbak wordt zijn nieuwe verblijf.
Dit stinkende sigarettenstrand is niet wat Steentje wensen kan.
De vuilnisbak vangt hem op,
bedelft hem onder as en rot,
het kleeft aan zijn natte zelf, niet te harden!
In het donker zonder GPS
ligt Steentje te wachten tot de vuilniskar komt.
Terwijl de bak wordt geledigd, ontsnapt hij nog net.
Met een tik op de opstapplank,
als tussenstation,
landt hij op de grond.
Het weer is hem goed gezind,
de regen spoelt hem in de goot,
recht het rooster in.
Dan komt de zuiger en trekt hem in een ton,
die wordt uitgekieperd op brakke grond tussen gras en onkruid.
Daar ligt Steentje nu te wachten op de volgende sandaal.
Achtergrond informatie
De reis van een steentje. Hoe het een ganse familie in de ban kan houden. (Verhaal)