Betrekkelijk
op een kerkhof, onder hoge bomen
staan naast elkaar
twee graven als een paar
stil te dromen
het graf ter linker zijde
een graf met veel allure
en een tekstgravure
is de oudste van hen beide
het rechter graf zonovergoten
is al diverse malen
open geweest, om iemand op te halen
en daarna weer gesloten
wat sta je somber te staren
zegt de zonnige steen
houd op met dat geween
ik zou die tranen maar bewaren
wat ben jij goed geluimd
kletst de andere steen wat later
over een poosje zit jij met de kater
volgend jaar wordt je geruimd
geruimd, daar hoor ik wel van op
dan maak ik korte metten
daar ga ik mij tegen verzetten
al kost het me de kop
je zerk gaat als oud vuil
je doet er echt niets tegen
ze geven je de zegen
gooien alles in één grote kuil
zo praten ze de jaren vol
en vullen de loop der tijd
de een vrolijk, genietend, zonder spijt
de ander somber in zijn rol
er stonden eens twee graven, totaal verweerd
de ruimers zijn gekomen
hebben alles meegenomen
en de grond geëgaliseerd
jij merkt het dan niet meer
men bouwt toch nieuwe zuilen
er zijn mensen die om je huilen
maar jij bent naar De Lieve Heer
haal alles uit het leven
ook voor jouw schijnt de zon
het is over voor het begon
en word je tot God verheven
Achtergrond informatie
Ik heb met dit gedicht aan willen geven de betrekkelijkheid van dit leven. En geniet van het leven, want het is o zo snel voorbij