Begraven
Spittend in mijn ouders tuin
kwam ik oneindig veel puin tegen.
dat deden ze vroeger wel meer
weg is weg
verstoppen die rommel.
Maar ooit kom je het weer tegen.
Je begraaft enkel waardeloze zaken.
of zaken die het daglichtlicht niet verdragen.
Wil je er nog zekerder van zijn dat het weg is
verbrand je het eerst ook nog.
Alle sporen gewist.
Echt kostbare dingen begraaf je niet.
die krijgen een ereplaats in de kamer
die koester je.
Het enige dierbare wat we wel begraven of verbranden
zijn onze overleden dierbaren.
De pijn van gewiste sporen,
De tegenstrijdigheid tussen ereplaats en kille aarde,
Het weg moffelen van houden van.
Hoe lang mag je verdriet voelen.
De vraag:
Hoe oud was hij/zij?
Stel hem niet!
Je begraaft geen jaren,
je begraaft houden van.
Je verbrandt geen leeftijd,
maar je wist alle sporen.
Daarom kan het sterven van een 100 jarige misschien nog wel meer pijn doen dan het sterven van een jonger iemand.
Het ligt aan de sporen die hij of zij achter hebben gelaten.
Maar een geluk hebben we:
Net als het puin in mijn ouders tuin weer boven komt.
Zo komen ook het houden van en de herinneringen weer naar boven
en nog mooier dan voor de begrafenis of Crematie.
De mooie dingen, de sporen, komen weer aan het licht en krijgen nog meer glans.
Alle ongerechtigheden verdwijnen.
Het gesjouw, het gemopper, de gang er naar toe, de angst, slapeloosheid en alle vooroordelen zijn nu weg.
Wat overblijft zijn sporen van glans.
Geef die mooie sporen een ereplaats in je binnenkamer.
Tranen van verdriet worden dan tranen van gemis!
Pa