Doodgewoon doodsangst
Het dode hout, het komt tot leven,
door haat en onmacht plots gedreven.
Suizend, klievend, komt het naar beneden,
niet weerhouden door de beden,
van 't bange kind dat vecht voor 't leven.
het dode hout doet heel gericht,
waartoe het zielloos wordt verplicht,
slaat uit het kind dat ene woord,
zonder waarde, in pijn gesmoord.
"Moeder", het kind is weer gezwicht.
Het dode hout, het krijgt weer kleur,
verspreidt warm en nat een nare geur.
Druppels kleuren rood de grond,
doodsangst snoert het kind de mond.
't stopt, stilte,
dan het sluiten van de deur.
het dode hout, 't was het teken
om alle banden te verbreken,
met mensen zo gevuld met haat,
veroorzaakt door het eigen kwaad,
waarom dan op 't kind zich wreken?
Achtergrond informatie
Manuscript : Toevallig geboren in de onvoltooid verleden tijd