Zielsberoerselen
Dwalen, verdwalen, zielsberoerselen,
Duister is mijn geest,
Waar blijft het licht?
Hard is mijn hart,
Waar blijft de zachtheid?
Zwart is de gapende put
Vallen, nee, dat niet.
Getild worden naar het licht van grandioze zonnestralen,
Om neer te vleien in het malse gras,
Te verliezen in kleuren van wuivende bloemen,
Op het gezicht adem van de zachte wind,
Het horen van een bruisende waterval.
Reikende armen, armen die omarmen.
Het gevoel, thuiskomen,
Het eind, nooit meer dwalen, verdwalen.