Grassprietje in de wind
Met immens velen
En toch zo bijzonder
Altijd omringd en nooit alleen
Maar 't mooiste, zonder twijfel
Zachjes buigend, in de wind
Die je steeds probeert te verleiden,
Maar subtiel beweeg je mee
Helemaal in het ritme,
Dansend en swingend naar de zon
Vastgehecht en slechts kwetsbaar in de kern
Maar onmiskenbaar bloeit je schoonheid,
Keer op keer, telkens weer
Na de poging je te beminnen,
Keer je terug, mooier dan ooit
Waai niet weg,
Verstop je niet
Maar ontpop je
Zodat ik zie wat ik wied