Verlangen
Geruisloos verlaat ik de kamer.
Kabbelend water brengt me tot rust.
Aan de kim rijst de zon op uit het niets.
De kilte drukt een zoen op mijn wang;
Ik sluier me in een mist van verlangen.
Verdoofd blijf ik achter, maar ik blijf zweven.
Ik vlei me neer op een houten bank.
Ik voel je armen om me heen.
Een witte veer dwarrelt naar beneden,landt op mijn schoot.
Nu kan ervoor mij niets meer stuk.
Ik sta op, vervolg mijn pad naar de hemel.
Mijn rugzak blijft verdwaasd achter op de bank.
Achtergrond informatie
IAls ik jouw liefde niet had,zou ik niet in mijn pen kruipen.