Dom als een kind
Alles raast voorbij,
de stoet van marionetten,
met hun scherpe trompetten.
Ik heb ze allemaal gekend,
nu lopen ze daar,
zie ze,
zij aan zij.
Vriend en vijand,
geven plots elkaar een hand,
allen samen vormen ze een band...
met mij, tegen mij...
Ik droom,
dat ik, ook hen die zijn heengegaan,
weer zal zien...ergens, ik zie ze staan.
Ik droom,
van hoe het dan zal gaan,
de vriend zal blij zijn,
de vijand,
zegt geen woord.
Hij gaat nooit meer met mij akkoord.
Gekke domme kinderdromen,
nooit uitgekomen.
Weer maar eens teleurgesteld,
door zo een volwassen beter-weter-held,
die ik niet eens om hulp had gebeld.
Ga weg, vijandige gedachten,
jullie geven mij alleen maar psychische klachten.
Mensen zullen nooit leren,
elkaar helemaal te vergeven,
dit is 'la vie', dit is het leven!