home | meedoen | links | contact | disclaimer | privacy

Marie

De meiden van Marie
droegen een rokje tot boven hun zwarte knie
En de jongens kapotte broeken
je hoorde ze vaak van verre vloeken
We gingen er wel eens heen
Maar kloegen dan steen en been
Want had je dorst bij dat arme grut,
kreeg je water uit die griezelige waterput
En 's avonds bij het diner
aten er wel tien katten bovenop de tafel mee
Ja, ze maakten het daar vaak te bont,
zelfs in de sofa vond je kattenstront
Marie trok zich er niets van aan,
haar probleem was: ze kon de fles niet laten staan
Maar ze maakte zich nergens om druk
Dat was misschien haar grote geluk
Nooit had ze geld voor eten of de huur
maar haar fles was nooit te duur
Maar op een keer stond er voor haar deur een deftige man
Aktentasje bij, stropdasje an.
Ja, ik weet nog goed, 't was op een dag in mei
Hij zette de kinderen netjes op een rij
En nam ze toen allemaal mee
De drie van Jan en de twee van Dré
Ook de deurwaarders namen alles mee
zelfs de strontcanapé
Marie kreeg toen veel spijt
Ze was immers haar hele hebben en houden kwijt
Maar ze gaf niet op
ook al stond haar leven op zijn kop
Ze opende een café
en dronk natuurlijk goed mee
Ze geraakte weer wel aan de centen
Want ze hield van de venten
Maar lang bleef dit natuurlijk niet duren
kanker zat in haar lijf te gluren
Op het eind was ze nog vel over't been
Tot ze helemaal verdween
Maar toch,als ik er aan denk, Marie, was niet echt heel slecht
En haar kinderen? Die kwamen uiteindelijk nog goed terecht

Gedicht details

Schrijf u nu in en win een Ipod!

Dichter
Details