De Both en Balloth-ballade
Ha beste broeder Both, hoe lang is ‘t nu geleden,
dat wij op de fagot elkaar om het hardst bestreden?
Ach, vraag dát liever niet blaas-broedertje Balloth,
jou ging het blijkbaar goed, mij trof het zwaarste lot.
Want snuif en cigaret, namen m’n longen zwaar te grazen,
dus weet ‘k al lang niet meer van toeten noch van blazen.
Zélfs beste, is ‘t m’n tijd, dus liever geen gezemel, blaas
nog één keer, ten afscheid, de sterretjes van de hemel.
Blaas wat je blazen kunt, zo hóóg mogelijk van de toren
misschien is ‘t me vergund dat God en z’n Engelen ‘t hóren.
Haal één keer nog voor mij, het onderste uit jouw fluit,
dan piep en pers ik blij, mijn laatste adem uit.