Einder
slenterend langs een slootje
op Gronings platteland
het riet wuift in de wind
langs bloemrijk wallenkant
een kerk staat stil te dromen
te suffen op zijn vesten
een kerkhof oud en gaar
vol graven resten
de leeuweriken zingen
hun liedje puur en fijn
de zwaluwen duik`len
alsof er jongen zijn
de eindeloze weiden
onafgebroken groen
een hekje en wat dode bomen
je ziet een beeld van toen
een kerkklok luidt
zonder onderbreken
zijn tijd, al eeuwen lang
oproept tot de preken
een krekel knispert
loom springt hij af en aan
de bijen zoemen in de wind
alsof de tijd heeft stil gestaan
wat oude huisjes
het oude varkenskot
staan dromend langs een pad
de een nog heel, de ander wat verrot
en dan
het eind`loos vergezicht
houdt de wereld hier dan op
in het frêle ochtendlicht
dit alles neergezet
als uit de hemel omgekeerd
met een handbeweging
door God zelf gecomponeerd
hoe lang zal dit nog
zo mooi, zo fijn
zijn hand zo eind`loos groot
het einder zijn
Achtergrond informatie
gedicht gemaakt voor een van mijn kinderen
die ergens woont waar je nog echt weg kan
mijmeren, je laten verzinken in de wijdsheid van
de natuur.