ER WAS EENS EEN KOETSIERTJE
Paardenhoeven in de nacht
Klakkend geluid op alle klinkers
De koets zo stuiterend met zijn vracht
Beladen koffers en nachtelijke flinkers
Klap, klap, ga door, klinken de zwepen
De wielen, de zweep, hij raast maar door
Elke striem geeft zielestrepen
Van elk moment dat je verloor
Koetsiertje, koetsiertje ik ben zo moe
Maar de klant wil verder en is er niet aan toe
Aan de herberg, wat rusten of gelag in de kroeg
De zweep er weer over, nog niet ver genoeg
Loslatend 't geluid en verdoofd in je voelen
Klik, klak, klik , klak, in de roes van't schemerlicht
Is dit een leven , werken voor uitgestreken smoelen
Waarom ga ik verder...mijn ogen gaan dicht
Hou vast, wordt wakker zo zingen de wielen
Het geklater op de weg klik, klak, klik, klak,
In een wereld vol verdoolde zielen
Loopt rustig een paard op zijn eigen gemak.
Wie of wat je ook bent, dit is de moraal
Uiteindelijk spreken we allemaal ons eigen taal
Achtergrond informatie
Zomaar uit de geest ontsprongen.