Zusje
Plotseling zag ik je staan.
Ik wilde naar je toegaan.
Maar je had me niet door en ging te snel weg.
Wat had ik en ontzettende pech.
Ik ging achter je aan met snelle benen.
Maar jij, jij was verdwenen.
In al die tijd, heb ik je nog steeds niet kunnen vinden.
Het lijkt wel of ik zoek als een blinde.
Ik heb verdriet.
Verdriet dat niemand ziet.
Als ik toch eens kon vertellen wat ik voelde.
Als andere mensen eens snapten wat ik bedoelde.
De tijd tikt door.
Zonder dat ik iets van je hoor.
Ik wou dat ik je had gevonden.
En dat het leven je niet had verslonden.
Ik wou dat ik je stem had kunnen horen.
En dat ik die muur kon doorboren.
Ik wou dat het niet zo was gegaan.
En dat je gewoon nog zou bestaan.
Als ik dit had kunnen terug draaien.
Zou dat het leven een stuk meer verfraaien.
Ik heb verdriet.
Verdriet dat niemand ziet.
Als ik toch eens kon vertellen wat ik voelde.
Als andere mensen eens snapten wat ik bedoelde.
De tijd tikt door.
Zonder dat ik iets van je hoor.
Je hebt nu rust gevonden.
En leeft nu ongebonden.
Een wereld van rust en vrede.
En wacht op ons met een rede.
Je weet zelf ook dat we van je houden.