Bloemen voor jou
Telkens kom ik naar jouw plekje,
Zo’n twintig meter achter het hekje,
Waar jij te rusten bent gelegd.
Daar kan mijn liefde nog gezegd.
En ‘k voel dat er met jou, die ik mis,
Iets in mij meegestorven is.
Steeds maar weer die pijn om jou
‘t verdriet, dat nooit zal tanen,
Want de weg naar jouw graf
Is geplaveid met tranen,
‘k Zet bloemen neer, giet vazen vol.
En in gedachten, lieverd,
Aai ik jou dan over je bol.
En in diepe rouw en pijn,
Herhaalt zich het refrein:
“Ik mis je zo, ik mis je zo,
Mijn lief, lief kind, ik mis je zo,
Waarom verging het jou toch zo ?
Want oh, mijn kind, ik mis je zo.”
Jouw plekje op het kerkhof
Is wat ons nu nog rest.
Ik bal er soms mijn vuisten
In een zwijgend protest.
En dan, bij een volgende keer,
Leg ik mijn smart weer bij de Heer.
En in niet te stillen pijn
Herhaalt zich het refrein”:
“Ik houd van jou, ik houd van jou.
Hoe moet ik verder zonder jou?
Ik houd zo vreselijk veel van jou.”
En daarom zet ik bloemen neer,
Tezamen met mijn moederliefde,
Steeds opnieuw, telkens weer.
Omdat deze plek het laatste is
Van mijn te jong gestorven kind,
Dat ik zo ontzettend mis.
En tranen regenen zacht op jou neer
‘k kan ‘t nog niet geloven ….
Hier zie ik jou nooit weer!