Jij en ik
ik pluk druiven uit jouw tuin
zoals jij appelmoes maakt van mijn appels.
ik drink uit jouw beek
zoals jij tabak maakt van mijn tabaksplanten.
ik sta toe hoe jij mijn wortels kookt
zoals jij toestaat hoe ik jouw aardappels bak.
Achtergrond informatie
Deze drie strofen zijn vervaardigd op elf december in het jaar tweeduizend.